Het is gelukt! Het wonder is geschied! Ondanks een brakke enkel en een maand niet trainen heb ik de Enschede Marathon volbracht. Geen centje pijn gaf mijn enkel. Zelfs geen zwelling achteraf. Alleen een fikse dosis spierpijn. Overijssel mag worden afgestreept. Marathon #4 van de 12 is ook volbracht.
Vier weken lang heb ik tegen deze marathon opgezien. Na de Heuvelland Marathon is mijn enkel zo blauw en de zwelling zo dik dat er van lopen überhaupt geen sprake is. Hoe kan ik in vredesnaam over 4 weken weer 42 kilometer rennen? “Het kan best”, blijft fysio Roelof echter zeggen. Hij wrijft en wrikt, plakt meters tape op het gewricht en laat me oefeningen doen met zijn beroemde loopladder. (Wist je dat Roelof de loopladder in Nederland heeft geïntroduceerd? Prachtig verhaal.) De eerste week mag ik niet bewegen, de tweede week alleen fietsen op de stadsfiets, in week drie weer op de mountainbike en in de laatste week ook weer rennen. 17 kilometer loop ik in 4 weken. Meer niet. En nu de marathon volbrengen? In de verdienstelijke tijd van 3.49.35? Hoe kan dit lichaam zoveel veerkracht hebben?
Kort, lang, kort, lang
Ik moet de ruiten krabben als ik uit Groningen vertrek, zo koud is het vanochtend. Mijn hardloopkleren heb ik al aan: lange broek, lang shirt, Alzheimershirt eroverheen. In Enschede slaat de twijfel toe. De zon schijnt al zo lekker, het gaat vast warm worden. Toch maar een korte broek aan. Om mijn rechterenkel doe ik een veterbrace, een soort korset die van halverwege de voet tot boven de enkel loopt. De banden die daar weer omheen lopen, trek ik lekker strak aan. Straffe ondersteuning voor mijn gekwelde gewricht.
Met duizenden tegelijk gaan de halve- en helemarathonlopers van start. In de haag van toeschouwers tref ik zowaar mijn vader aan. In kolonne gaat het over de busbaan richting Glanerbrug. Van de tegenwind merk ik niks. Ik loop relaxed mee in de menigte en ga veel sneller dan ik vooraf had bedacht. Mijn enkel protesteert niet, dus geen reden om vaart te minderen. De koplopers hebben het keerpunt al gehad en sprinten me tegemoet. Zoef!
Na een paar bochten komen we in het groen. Ik prijs mezelf gelukkig: strakblauwe lucht, grazige groene weiden en een lichaam dat vol energie zit. Wat fijn dat ik weer zo kan lopen. In Lonneker is het helemaal feest. Zingende en dansende mensen in de schaduw van de Lonnekermolen, een terras vol toeschouwers die de koffie en appeltaart voor de neus hebben. Ieder kind die wil, geef ik een high five. Ik geniet!
Verlaten
Halverwege passeren we start en finish. De lopers van de halve marathon persen er nog een sprintje uit en slaan rechtsaf, ik ga rechtdoor voor de tweede ronde. Opeens lijkt het alsof de stad leeg is. Geen toeschouwers meer, een handjevol runners op een verder verlaten busbaan, geen orkestjes en DJ’s meer. Saai eigenlijk zo. Wat een eind is het toch. Mijn kilometertijden zakken in. Mijn heupen beginnen op te spelen.
Pas als ik het eerste bandje gepasseerd ben, krijg ik de smaak weer te pakken. Op de Esmarkerrondweg loopt het even naar beneden, lekker vaart maken. Mijn kilometertijden gaan weer crescendo. Bruggetje over, rechtsaf en weer het groen in. Ik begin het gerieflijk warm te krijgen. In Lonneker is het terras inmiddels aan het bier. Iets verderop slaan we rechtsaf een bosweg in. Wat een prachtige route is het toch. En daar haal ik zomaar de twee mannen in die me bij het begin van de tweede ronde wreed passeerden. Mijn vader heeft me achterhaald en fietst weer met me mee. Hé, daar duikt mijn broer ook op de fiets op. Gezelligheid.
Blijven rennen
Wat ik net nog kon onderdrukken, dringt nu langzaam mijn lichaam in. Vermoeidheid. Mijn benen lopen vol en voelen steeds zwaarder aan. Waar ik eerst nog energie in mijn borstkas voelde, daar lijkt nu een lege holte te zitten. En ik moet nog 10 km. Bij de waterpost op het universiteitsterrein sta ik mezelf 10 seconden rust toe. Kom, Koen, blijven rennen. Ik passeer de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente, en draai een breed fietspad op. ‘F35, beste fietssnelweg van Nederland’, staat op zijn kop op het asfalt. Nou, niet voor hardlopers. De wind staat pal tegen en er lijkt geen einde aan de weg te komen. Diepe vermoeidheid overvalt me. Vanaf hun bankje knikken twee bejaarden me vriendelijk toe.
Niet de moed laten zakken nu! Andere atleten lijken het nog moeilijker te hebben. Iedere 5 minuten haal ik stilstaande lopers in. Mijn conditie mag dan afgekalfd zijn, hij is nog steeds beter dan die van hen. Daar mag ik de bocht om. Nog iets verder loop ik een grazig parkje in en stap dan het parcours van de eerste ronde op. Deze weg ken ik. Nog maar een klein stukje. Als we onder het spoor door gaan, haal ik de dame in die ik al 10 km in de rug kijk. Nog een paar hobbelige straatjes in het stadshart. Hier staat het publiek weer rijen dik. Nog even aanzetten bij de Oude Markt en daar is de finish! 3.52.33 staat op de klok, later gecorrigeerd tot 3.49.35 uur.
Hamburger
Met een hamburger (mijn vader en ik) en mango (broer Bas) zitten we op een bierbank in het zonnetje. Om ons heen strompelen lopers voorbij met een medaille om hun nek. Nog meer helden die het geflikt hebben. Blijkbaar is mijn basisconditie voldoende om zo’n prestatie aan te kunnen, concluderen we. Dat had ik niet gedacht. Over 3 weken mag ik weer aan de bak: de Rietvelt Natuurmarathon. Geen vlak stratenparcours, maar een afwisseling van fietspaden en bosweggetjes. Om die oneffenheden te kunnen verdragen, moet mijn enkel wel iets beter zijn dan nu. Op naar Lelystad voor deel 5 van mijn missie voor Alzheimer en Merels Wereld.
Gulle gevers, lokale media, fysio Roelof, fan Roelof (die er voor deze ene keer niet bij was) en natuurlijk John en Bas: dankjewel voor alle steun!