#12marathons #12: SPARK marathon Spijkenisse

Het is volbracht! In de respectabele tijd van 3.46 uur heb ik ook de laatste van de twaalf marathons afgelegd: de SPARK marathon in Spijkenisse. Bijzonder doordat het de laatste is én vanwege de verrassingen tijdens en na de race. Vooral die ene die ik thuis krijg…

IMG_0021Dagenlang laat het weerbericht storm en regen zien, maar op zondagochtend is het op de atletiekbaan van Spijkenisse nota bene zonnig. Waaien doet het wel. Dat kan wel eens een pittige marathon worden, vrees ik. Tussen de lopers in het startvak ontwaar ik gelukkig mijn redding: de pacer van 3.45. Deze man – een lange goedlachse vijftiger – houdt zelfs tegen de wind in het tempo stabiel. Vanaf de start vlei ik me achter zijn rug. Doordat ik me in de buik van de groep verscholen houd, heb ik van de wind weinig last. Behalve als ik na 12 kilometer even moest plassen. Het kost me een kwartier om de groep weer in te halen. Bij de tweede plaspauze na 30 km lukt het me niet. Ik kom alleen te lopen. Maar ook in mijn eentje houd ik het tempo er nog goed in. Tussen de 35 en 42 km haal ik zeker 10 lopers in die ik ken van de 3.45-groep. Die houden het tempo ook niet meer bij. En bij de finish kijk ik de pacer inmiddels op de rug. Conclusie: redelijk soepele marathon!

IMG-20191215-WA0005Verder uitweiden moet ik over de verrassingen die ik onderweg tegen kom. Bij de start loop ik eerst Stef tegen het lijf. Mijn trouwste supporter oom Roelof kan niet aanwezig zijn, maar heeft zijn zoon afgevaardigd. Stef komt vers uit China waar hij zijn 40ste verjaardag heeft gevierd. Na een kilometer of 18 zie ik in het publiek opeens het hoofd van Paul. Wat doet die hier? En zijn dat Luc en Ronald? Dat zijn collega’s van de RDW! “Hé jongens!” roep ik vrolijk. Daarna zie ik ook Inge naast deze heren staan (sorry Inge…). Blijken zij die ochtend uit Veendam vertrokken te zijn om mij vandaag aan te moedigen. Wat een totale verrassing. Kilometerslang loop ik met een dikke glimlach op mijn gezicht en voel mijn benen niet. Bij kilometer 23 staan ze weer en aan de finish schreeuwen ze me over de streep. Geweldig, jongens!

IMG_0024Verrassend is ook de bevoorrading – of beter: het gebrek daaraan. Omdat John en Bas meefietsen, heb ik mijn gelletjes en Snelle Jelles aan Bas gegeven. Zij vermijden echter de smalle fietspaden van de eerste kilometers door een omweg te nemen. Ze komen me later wel weer tegen. Maar dat moment laat wel erg lang op zich wachten. Waar blijven ze nou? Ik heb inmiddels beretrek. Al 15 km  heb ik niets gegeten. Zo komt de hongerklop vanzelf! Piekerend loop door. Maar gelukkig, halverwege zie ik Bas weer staan. Pfff. Binnen de kortste keren spuit ik een bevrijdend gelletje in mijn keel.

IMG_0044cAls ik na de rivieren, kanalen, dorpjes en flatgebouwen weer de atletiekbaan op draai, zie ik Merel en haar man Hans al staan. Vaak heb ik tijdens de 12 marathons aan Merel gedacht: hoe sterk zij is in haar overlevingsdrang, hoe ze zij zich inzet voor longkankeronderzoek, hoe graag zij zelf zou willen hardlopen. Vandaag staat ze aan de streep klaar met een trotse glimlach, een knuffel en een fles champagne. In de loop van dit jaar zijn Merels Wereld en 12 marathons steeds meer met elkaar vervlochten, concluderen we. Bij de finish staan we nu samen. We bezegelen de goede afloop met een warme chocomel.

Terwijl ik een voedzame erwtensoep eet, tovert mijn vader ook een verrassing tevoorschijn. Plechtig overhandigt hij het eerste exemplaar van de KOEN, een dik tijdschrift met alle verslagen van de 12 marathons, portretjes van mijn opa Paul en van Merel, een gloedvol voorwoord en twee lege bladzijden voor dit verslag. “Iedereen die doneert, krijgt er eentje”, vertelt John erbij. Ik voel me vereerd dat mijn vader dit prachtige blad gemaakt heeft. Soms is het maar moeilijk te beseffen wat dit project bij mensen losmaakt. Zo ook bij de donateurs. De afgelopen dagen hebben tientallen mensen een bijdrage overgemaakt. Vanochtend heb ik nog gecheckt: we naderen de 6.000 euro. Nederig word ik ervan, maar ook trots. Moe, maar uitermate voldaan neem we afscheid en rijden Bas en ik via Utrecht terug naar het noorden.

Daar wacht nog de allergrootste verrassing. Als ik de deur open doe, zie ik in de gang witte A4’tjes hangen.

‘Lieve Koen! Volg’

‘de pepernotenzakken’

‘Ze zijn helaas leeg’

Een touwtje met rode verpakkingen loopt naar boven. Simone, Eline en Nynke zijn op het gestommel afgekomen en zien me de trap op strompelen, via de zolder weer naar beneden gaan en via de slaapkamers in de badkamer terecht komen. Ik knip het licht aan en kijk naar het bad. De kuip zit tot de rand vol met pepernoten. “Neeeee!” roep ik verrukt. Al die 43 zakken pepernoten die aan de draad hingen, liggen nu in onze badkuip. “Een pepernotenbad!” Ik ben nog lang niet over de verbazing heen. “Die wilde je zelf”, zegt Simone. “In januari zei je: als dit voorbij is, wil ik een pepernotenbad.” Het is niet alleen verbazinwekkend dat ze dit onthouden heeft, maar verbijsterend dat ze het echt heeft uitgevoerd. “Ga er maar in”, zeggen de meiden. Ik trek mijn kleren uit, doe een schone boxershort aan en duik de pepernoten in. Onderop blijkt een stapel kussens en dekbedden te liggen, zodat mijn billen nog gerieflijk liggen. Daar lig ik, languit in een pepernotenbad, als Dagobert tussen zijn dubbeltjes. Een betere afsluiting van 12 marathons had Simone niet kunnen geven.

IMG-20191215-WA0014

Hier stopt het 12 marathon-loopavontuur.

Maar de missie stopt niet. Aan het eind van dit jaar krijgen Merel Wereld en Alzheimer Nederland twee fraaie cheques. Aan jou, lezer, om te bepalen hoe hoog het bedrag is dat daarop staat. Héél veel mensen hebben al héél veel fraaie bedragen gegeven, waarvoor ik iedereen uit de grond van mijn hard wil bedanken. Iedere euro kan helpen om meer te weten te komen over Alzheimer en ROS1-translocatie-longkanker en helpt hopelijk de kwaliteit van leven van vele na ons.

Dankjewel!

 

 

 

#12marathons #11: de ’t Is (voor) niks-marathon

Nou, die heb ik flink onderschat! “Doe ik wel eventjes”, dacht ik over de ’t Is (voor) niks-marathon in Noord-Brabant. Na de Kustmarathon van oktober meende ik het ergste achter de rug te hebben. Niet dus. Het zware zand van de Strabrechtse Hei zoog langzaam maar zeker de energie uit mijn benen. Maar het gezelschap van mijn broertje, de vele supporters en de schit-te-ren-de dag vergoeden veel. Of op zijn Brabants: heul veul.

 

De elfde #12marathons begint op zaterdag in Groenekan, waar Roelof me oppikt van de hockeyvelden van Voordaan. Op weg naar Geldrop  strijken we eerst neer in Best bij een volle nicht van Roelof die haar 92ste verjaardag viert (van harte!). Drie straten verderop wonen Geertje en mijn vader, die ons ’s middags vol proppen met taart en chocolade. De reis eindigt in het koude, lege huis van mijn moeder in Breugel. Zelf is ze niet thuis – op vakantie in Nepal – maar ze heeft al wel onze bedden gedekt. We doen ons tegoed aan een voedzame vegetarische pasta. En als we ’s avonds naar bed gaan, komt mijn moeder net weer thuis. Dit is pas thuiskomen!

Henk de kikkerDe ’t Is voor niks-marathon wordt er eentje vol verrassingen. Dat merken Roelof, Bas en ik al voor de start. Terwijl Roelof kaartjes over #12marathons uitdeelt, ontsteekt een van de lopers in grote vreugde. “Die Koen, die zoek ik al de hele ochtend!” Als bewijs laat hij het artikel zien dat over #12marathons in het Eindhovens Dagblad heeft gestaan. “Dan kan ik je herkennen”, verklaart hij. Verrek, die man ken ik. “Je bent de kikker”, roep ik uit. Vijf jaar geleden stond ik naast hem aan de start van de marathon van Eindhoven. Henk was, op een minzaam broekje na, van top tot teen gebodypaint als kikker. Dat deed hij om geld voor de Bali Runners in te zamelen. Dit jaar loopt hij ook 12 marathons. Gent, Monschau  en La Roche heeft hij al achter de rug. Minstens net zo gek als ik dus. “Wij moeten samen lopen”, besluit Henk.

 

Onderlinge band verstevigen

20191124-105305Naast elkaar lopen we winkelcentrum De Coevering uit, net als 200 anderen. Dit zijn de gladiatoren die de 21, 30 of 42 km lopen. Over een uur worden de 5, 10 en 15 km-lopers weggeschoten. Anderhalf eerder ons zijn de wandelaars al vertrokken. In totaal gaan vandaag 1200 mensen op pad. En dat allemaal gratis. De organisatie wil ‘lopers en wandelaars een gezellige dag te bezorgen, zonder dat deelname iets hoeft te kosten. Daarnaast wil de organisatie de onderlinge band van lopers en wandelaars verstevigen, zowel nationaal als internationaal.’ Waar vind je dat nog?

We zijn nog geen twee minuten onderweg als Henk en ik een luide bonk horen. Als we omkijken, zien we een vrouw om een paaltje heen gevouwen staan. Au, dat doet pijn! We steken de A67 over en rennen meteen de natuur in. Daar komen we de volgende 41 km niet meer uit. De route loopt over de prachtige Strabrechtse Heide, die ik nog ken van fietstochtjes uit mijn jeugd. Het is overdonderend mooi weer, de zon laat de kleuren van de heide, de bomen en de vennetjes exploderen.

“Is Bas er nog?” vraag ik me dan af. Ja hoor, hij loopt vlak achter ons. Bas loopt zo lang mogelijk met me mee. De marathon gaat hem waarschijnlijk niet lukken, maar 30 km heeft hij wel in de benen. Na een eerste plaspauze loopt Henk van ons weg en zien we hem niet meer terug. En na 15 km besluit Bas het lusje van 9 km naar Witven links te laten liggen en meteen de terugweg te pakken. Vanaf hier sta ik er alleen voor. Waar de route eerst overwegend over onverharde fietspaden ging, daar leidt hij ons nu over onherbergzamer terrein. Een pollenlandschap waar amper een weggetje te ontdekken valt, zwaar zand, slingerende paadjes en zelfs breed modderpad waarbij ik alleen aan het Veendamse woord ’braggel’ kan denken. En overal even mooi.

De saamhorigheid tussen de lopers is groot.  Regelmatig komen we elkaar tegen bij posten of halen we elkaar in na plaspauzes. We houden hekjes voor elkaar open en informeren naar elkaars welzijn. Met die onderlinge band zit het wel goed.

 

60 bultjes

Onderweg staan me nog meer verrassingen te wachten. Na 9 km staan Geertje en Kristel klaar voor een high five en een foto, evenals op 18 km. Daar herken ik ook Laurens, ooit tafeltennisteamgenoot en nu een goede vriend van Bas. En uiteraard rijden Roelof en John stukken met me mee. Beide hebben een kaart met alternatieve fietspaden bij zich als de ondergrond hen de doorgang belet.

20191124-122206Rond 30 km begin ik mijn benen te voelen. Telkens golft het parcours een beetje op en neer – vier pasjes omhoog, vier pasjes naar beneden. Als je maar lang genoeg loopt, ga je dat voelen. En nu komt het ergste stuk pas. We worden een mountainbikeroute opgeleid. Die heeft wel 60 van die vervelende bultjes na elkaar. Er komt geen eind aan. Ben ik even blij als we een gewone zandweg opdraaien!

In de verte zie ik de telecompaal van Geldrop al staan. Het kan niet ver meer zijn. Op het eerste stuk asfalt na 40 km zandgrond ga ik de brug over de A67 weer over en duik een laatste stuk bos in. Ik begin de benen nu goed te voelen. Bijna struikel ik over een boomstronk. Als ik me kreunend corrigeer, schiet de kramp bijna in mijn bovenbeen. Hé, wie is daar? Zou dat Bas zijn, daar verder het bospad af? Papa fietst snel vooruit en ja hoor, het is hem. Na de drankpost op 15 km is hij gaan wandelen, vertelt hij. In fiks marstempo heeft hij de rest van de 30 km-route volbracht. Precies op het goede moment komen we elkaar weer tegen. Bas zet zich weer in looppas en samen rennen we de laatste kilometer.

 

Meer bekende gezichten

Aan de streep staan alle supporters: mijn ouders, Geertje, Kristel en Roelof. Euforisch val ik hen in de armen. Vanuit mijn ooghoek zie ik dan nog drie bekende gezichten. Het zijn Christel, Claudia en Rudy uit Tilburg. Deze zomer hebben we vele avonden biertjes gedronken, marshmallows geroosterd en stoere verhalen verteld op de camping in Polen. ‘We komen naar de finish in Geldrop’, beloofden ze vier maanden geleden. En ze zijn er echt. Geweldig! Nadat ik gedouchte heb, kletsen we uitgebreid bij in de kantine. En bewonder ik de groeiende buik van de zwangere Claudia.

20191124-141400Als Roelof, Bas en ik terug naar het noorden rijden, overpeins ik deze marathon. Onverwachte ontmoetingen, zware bovenbenen en veel onderlinge banden die gesmeed zijn tijdens deze prachtige Indian Summer. Tot over 3 weken in Spijkenisse voor de laatste @12marathons.

Enne… Houdoe hè!

Lopen voor Merel

Merel2-e1573489300384Afgelopen maandag kwamen Merel en ik elkaar nog tegen. Ze kwam gehaast de parkeerplaats van Ni Hao opgereden in haar boodschappenautootje. Haar dochter vloog de auto uit en stapte in die van mij. Daarna stapte Merel zelf uit, in een dikke wollen trui met dito sjaal. We kletsten kort over hockey, files en de afspraken in de hockey-appgroep. Daarna crosste ik door naar Drachten, maar onze dochters een pittige training met de noordelijke selectie te wachten stond.

Zo fladdert Merels een paar keer per maand door mijn leven. Als je niet weet dat ze longkanker heeft, merk je niets aan haar. Sterker nog: dan valt het op wat een energieke, krachtige vrouw ze is, met altijd een lach op haar lippen. Het is moeilijk voor te stellen dat zij constant het zwaard van Damocles boven haar hoofd weet. Werken haar medicijnen niet meer, dan is het afgelopen. Regelmatig realiseer ik me hoe wankel het koord is waarop Merels loopt. Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe dat voor haar en haar gezin moet zijn.

 

5 jaar survivor

Deze maand is het 5 jaar geleden dat Merel te horen kreeg dat ze longkanker had. Ze heeft de translocatie ROS1-variant van longkanker. Een ziekte die als een van de meest dodelijke bekend staat. “Vanaf vandaag zit ik in mijn 6e ziektejaar”, schreef ze zelf op twitter. “Slechts 20% overleeft de 5 jaar. Go research Go!!” In die extra tijd zet ze zich onverdroten in voor meer bekendheid en onderzoek naar haar variant van longkanker. Ze is het gezicht en de stem van longkankerpatiënten en steunt onderzoek naar haar ROS1-variant. Ze lijkt onvermoeibaar. Door te spreken en te adviseren probeert zij het gezicht en stem van de longkankerpatiënt te zijn. Kijk maar naar haar schema van de afgelopen twee maanden:

  • Spreekster op de FXH conference in München om een fireside chat te doen. “Ben nog niet zo ingevoerd, maar Roosevelt deed het ook!” schrijft ze.
  • Covermodel en van ‘Longkanker in perspectief’, een eenmalige uitgave in de maand van de longkanker
  • Spreekster op het Nederlandse longkankercongres, waar ze ook het eerste exemplaar van het tijdschrift in ontvangst mocht nemen
  • Op een paar stemmen na winnares van de GLCC Journalism Award voor degene die in de media het meest aandacht heeft gevraagd voor longkanker
  • Gastcollege aan de RUG
  • Spreekster op het internationale longkankercongres in Barcelona
  • Eind november gaat ze ook nog spreken in Rome voor Italiaanse patiëntenvereniging.

EImx1gbWsAA865f

Maar soms is ze er niet tijdens een wedstrijd van haar dochter. Dan is ze te moe, vertelt haar man Hans dan. Gezonde mensen houden zo’n reisschema amper bij. “Je hebt goede en slechte dagen. Dit is een matige dag, dus Merel heeft even rust. Accu moet even laden.”

 

Merels Wereld

Naar Merels stichting, Merels Wereld, gaat de helft van de opbrengst van #12marathons. Twaalf marathons lopen past prima bij Merel. Als ze de energie zou hebben, zou ze meelopen. Voordat haar ziekte haar te pakken had, sportte ze uitbundig. Sterker nog: haar hele familie is erg sportief. Merel zelf leeft zich inmiddels vooral uit op de fiets. Met de toertocht Haren-Haren als hoogtepunt.

Een beter doel met een krachtiger boegbeeld kan ik me niet bedenken. En ik hoop dat jij als lezer daar ook van overtuigd bent geraakt. Twaalf marathons is een peulenschil vergeleken met de opgave om tussen ziekte, gezin en de boodschappen door zoveel te doen om haar ziekte minder slachtoffers te laten maken. Nog twee marathons, zondag in Geldrop en 15 december 2019 in Spijkenisse en mijn challenge zit erop. Die van Merel gaat dan gewoon door.

Afgelopen maandag vertelde ze bij de finish van mijn laatste marathon is, volgende maand in Spijkenisse. Wat een ongelofelijke eer! En wat een gedrevenheid om zelfs mij te steunen. Ik ben vol bewondering. Waar Merel de kracht vandaan haalt, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik met een fractie van haar energie die 42 km in de bossen van Geldrop van zondag met gemak ga volbrengen.

Steun Merels Wereld door vandaag nog genereus te doneren voor #12marathons op NL53ABNA0836864778 t.n.v. 12 marathons (of, als dat niet werkt, K.P.P. Peeters)

 

Meer lezen?

Volg @merels_wereld op twitter, @merelswereld op Facebook of bekijk http://www.stichtingmerelswereld.nl/

 

 

 

#12marathons #10: Kustmarathon

20191005_102748Met angst en beven had ik opgekeken naar de marathon van Zeeland. De Kustmarathon staat bekend als de mooiste, maar ook de zwaarste van Nederland. Meestal staat een gure zuidwestenwind pal tegen, striemt de regen in je gezicht en is de ondergrond van zand en duinen loodzwaar. Zo’n loopopgave een week na de vorige marathon, met een lichaam dat nog nauwelijks hersteld is… Dat wordt een helletocht.

Maar ik blijk enorm veel geluk te hebben. De wind staat schuin in de rug. Het is laag water zodat er een flinke reep hard strand is om op te lopen. En het blijft de hele dag droog. Sterker nog: met 12 graden en een bleek zonnetje is het ideaal loopweer. Tel daarbij op dat mijn lichaam best goed aanvoelt en ik sta vol verwachting aan de start.

Vrijdag zijn Roelof en ik al door de stromende regen naar Vlissingen gereden en gastvrij ontvangen in ons Vrienden van de Fiets-huisje. Gastvrouwe Boukje brengt bijna dagelijks langeafstandfietsers en –lopers onder. Ze vertelt mooie verhalen over haar eigen fietsavonturen en trakteert op pepernoten en dropjes. Haar boekenkasten staat vol fiets- en loopliteratuur. ’s Ochtends heeft ze voor ons een goede bak yoghurt met banaan en muesli. Een topontbijt voor een sporter.

20191005_093132Terwijl Roelof op zoek gaat naar een wasstraat (wil je weten waarom? Lees dan eerste de laatste alinea’s), stap ik in Zoutelande in de bus die de lopers naar de start in Burgh-Haamstede brengt. Het knusse dorp is omgetoverd tot feestterrein met Zeeuwse vlaggetjes en fanfare-orkestjes, start/finish van de mountainbiketocht en vele toeschouwers. In de sporthal waar we wachten tot onze start is het zo druk dat ik maar ga liggen in het kinderspeelkasteel. Vlak voor de start vind ik in de mensenmenigte mijn vader en Geertje, die me komen aanmoedigen. Leuk dat zij er ook zijn.

 

We houden een minuut stilte voor de bedenker en organisator van de Kustmarathon, Lien Lieverse, die dit jaar is overleden…

20191005-120002-00728… en gaan dan met 2000 atleten van start! Het is dringen door de smalle straatjes van Burgh en het weggetje dat naar de Oosterschelde loopt. Daar slaan we rechtsaf het fietspad parallel aan het water op. Even haak ik aan de bij pacers van 3.45 uur, maar na een plasje moet ik hen laten gaan. Vooralsnog loopt het heerlijk. Twee kilometer verder draaien we de Grevelingendam op, het meest prominente deel van de Stormvloedkering van Zeeland. Ik installeer me achter de brede rug van twee medelopers en schuil voor de sterke zijwind. Om ons heen slechts asfalt, beton en zee. Ik geloof meteen dat dit bouwwerk bij sterke storm ons land goed beschermt. Bij Neeltje Jans dalen we de dam af en lopen een paar meter lager verder aan de luwkant van de dam, verscholen voor de wind. Ik geniet van het uitzicht op zee.

Na een kilometer of 15 bereiken we het vasteland weer en snellen in westelijke richting tussen de lage struikjes door de duinen. Onze voeten genieten van de laatste paar kilometer asfalt. Tot zover het makkelijke gedeelte van de route! Vlak voor het 20 km-punt leidt de route rechtsaf het strand op. We hebben geluk dat de strandtenteigenaar een serie houten vlonders heeft neergelegd, zodat we nog niet door het zand hoeven. Maar die houden snel op. Onze voeten raken het beroemde Zeeuwse zand. Ploegend door het mulle zand bereiken we een gedeelte met wat vaster zand. Voor me zie ik een lang lint van multicolour lopers over het strand gaan. Voor het eerst ruik ik de zee. Hmmmm! We slingeren van het ene naar het andere harde stuk strand en klossen tussendoor een paar keer door de modder, het water of het zware zand. Zo loopt het best prima. Het is inderdaad laag water: de zee kabbelt soms wel 100 meter verderop.

20191005-132238-00149Mijn vader en Roelof was ik al een paar keer tegengekomen. Nu zie ik ook mijn moeder staan. Ze rent me met een lachend gezicht tegemoet en we geven elkaar een dikke knuffel. Arm in arm lopen we 200 meter door. Wat een warmte! De lopers achter ons zijn jaloers: “Ik wil ook een knuffel!” Mijn moeder wijst naar rechts: “Daar zijn de andere hondenbezitters.” Iedere dag laat mijn moeder in de bossen van Son en Breugel met een groepje eigenaren de honden uit. Vier van de hondenvrienden – plus honden uiteraard – zijn helemaal naar Zeeland gekomen om flink te rennen en mij toe te juichen. Hen zeg ik graag even gedag. We highfiven, ik knuffel nog even met Bobbie, geef mijn moeder een laatste hug en ga dan weer op pad – met een gelukzalige glimlach op de lippen.

Na een krappe 10 km strand leidt de route de duinen in. Eerst weer door het mulle zand, dan een meterslange trap op. Pittige klim! De route gaat verder over het duinpad, aangestampt zand en schelpjes. Vlak is het pad nergens, het is een constant klimmen en dalen. Om de lopers extra te pesten, zitten er een paar trappen in het parcours. Dertig treden omhoog, om de vuurtoren heen en dan weer naar beneden.

20191005-142314-00419Langs de duinpaadjes is het druk en gezellig. De Kustmarathon is een regionale happening die veel publiek trekt. De Provinciale Zeeuwse Courant had een special over de Kustmarathon, langs de gehele route staan vlaggetjes en zelden ben ik harder en massaler toegejuicht dan hier. Sommigen hebben hun vaste plek, zoals de man met wie John en Roelof aan de klets raken. Meerdere Zeeuwse familieleden van hem lopen mee en weten dat hij, vast prik, op deze plek op het duin staat. Andere toeschouwers fietsen mee op fietspad dat 20 meter lager ligt en klimmen steeds de strandopgang omhoog. Mijn vader vertelt dat het een prachtig gezicht is om van onderaf het lint van lopers tegen de hemel af te zien steken.

Bij Westkapelle bereiken we het meest westelijke punt. Ik daal af naar de zee en het is alsof ik recht het water inloop, zo uitnodigend uitgestrekt ligt die voor me. Mijn benen voelen nog steeds goed, ondanks het feit dat mijn buik- en heupspieren vanwege de oneffen ondergrond al veel te verduren hebben gehad. Dit laatste stukje moet ook wel lukken. We maken een lusje om de vuurtoren heen en klimmen de zoveelste trap op. Die neem ik inmiddels niet meer rennend, maar gewoon wandelend. In de verte zie ik Zoutelande liggen. Voordat ik er ben, moet ik nog één keer het strand op. Weer een stukje mul zand, weer zoeken naar vaste ondergrond, weer om de paaltjes heen slingeren.

20191005-155930-00092Hé, daar staat Bas. Hij blijkt al kilometers over het strand achter me aan te hebben gereden op zijn OV-fiets. Maar het lukte hem niet me in te halen. Nu heeft hij me te pakken. Hij loopt de laatste 2 kilometer met me mee, zoals ook op de Veluwe. Voor de laatste keer de trappen op, de laatste meters over het duin en dan afdalen naar de finish. De speaker blijkt al een paar keer over Koen van de 12 marathons gesproken te hebben – daartoe aangezet door Roelof – maar nu mist hij me. Liever telt hij de secondes af naar de 4 uursgrens. Ik trek een eindsprintje en finish in 3.59.44 uur – bovenop de zandbult die ze dienst doet als eindstreep.

Nummer 10 is in de pocket!

Minder zwaar dan ik gedacht had, maar minstens zo mooi.

Na een verkwikkende douche strijken we neer in een kroegje om na te kletsen en bij te eten. Heerlijk, zo’n uitsmijter na de wedstrijd. Dankjewel, Zeeland, voor dit fraaie avontuur.

20191005_172429

 

Om het af te maken een goed verhaal.

Toen we vrijdag in Vlissingen aankwamen, werden we verrast door een optreden van duizenden spreeuwen. In fantastische choreografieën zwermden ze door de lucht, zwoesjten door de bocht en streken dan neer op de 20 meter hoge bomen in de Vlissinger binnenstad. Vanuit onze slaapkamers hoorden we het uit duizenden kelen tsjilpen.

Ondertussen had Roelof de auto in de buurt geparkeerd. Het was niet makkelijk om een plekje te vinden, maar nu stond hij onder een boom op een ampele 100 meter lopen. Toen we ’s avonds de dorp in liepen voor een pizza, zagen we waarom dit plekje nog vrij was: de boom zat vol met spreeuwen die ook weleens hun behoeften moeten doen. De auto was al behoorlijk zwart-wit gespikkeld geworden. Pas de volgende ochtend bleek welke schade de vogels in 12 uur hadden aangericht. De hele auto zat vol met honderden klodders vogelpoep. Van een grijze auto was het een zwart-witte geworden. Roelof maakte de ruiten en handvaten nog schoon met een gietertje water en een doek, maar dat bleek een druppel op een gloeiende plaat.

Maar het verhaal is nog niet klaar. Na afloop van de marathon liepen we terug naar Roelofs auto die op dit keer op een vogelveilige parkeerplaats stond. We zagen hem op een afstandje al staan – drie keer raden hoe dat kon. Onder de voorruit bleek een papiertje te zitten. Een parkeerbon? Of een foldertje van een autowasstraat? Koen vouwde het papiertje open en las:

 

‘Wat zal jij blij zijn dat koeien niet kunnen vliegen’

 

Tot over 7 weken in Geldrop!

#12marathons #9: de Sri Chinmoy 6 uursloop

Vreemd om van een marathon te concluderen dat hij eenvoudig was – de pijn in mijn spieren en gewrichten vertellen een heel ander verhaal. Maar makkelijker dan deze heb ik een marathon nog nooit gelopen. Misschien kwam het door het prachtige Amsterdamse bos, het rustgevende ritme van rondjes van 2,2 km of de fijne support die ik ontmoette. Misschien kwam het ook doordat ik langzaam door krijg waarom ik dit allemaal doe en de verlichting die dat gevoel geeft.

Maar daarover later meer.

En voor de liefhebbers helemaal onderaan deze pagina zelfs een filmpje!

Eerst de marathon zelf. Die begint al de avond ervoor met een warme ontvangst bij John, Chantal, Boris en Feline, mijn stiefzus/zwager/neefje/nichtje. Voor mijn eerste marathon, Amsterdam 2014, sliep ik hier ook, maar waren de gastheer en –dames niet thuis. Nu vergasten ze mij op een heerlijke maaltijd met klein glaasje wijn, een gemoedelijke avond kletsen en een lekker bed. Kortom: een perfecte voorbereiding. De volgende ochtend mag ik ook nog Johns fiets lenen om de 5 minuten van hun Amstelveense stulpje naar het Amsterdamse Bos te rijden.

 

Het Bos in

20190928_094526Ooit in het Amsterdamse Bos geweest? Dat is de groene long van Amsterdam, verscholen tussen de hoofdstedelijke drukte, de protserige Zuidas en het rumoer van Amstelveen, pal onder de aanvliegroute van Schiphol. Aan de stadskant is het Bos bezaaid met voetbal- en vooral veel hockeyvelden. Bij Pinoké, Amsterdam en Hurley is het zaterdagochtend 9.30 uur erg druk, maar op een andere manier dan bij GHBS in Groningen. Op mijn fietsje moet ik me hier langs 12 Audi’s, 16 BMW’s, 7 Range Rovers en zelfs een paar Tesla’s wurmen om bij de start te komen.

20190928_095013Die start van de Sri Chinmoy 6 uursloop is niet meer dan een verbreding van het fietspad met twee partytenten, een inschrijfkraampje en een start-finishdoek. Her en der staan plukjes hardlopers met elkaar te praten. Meer dan 40 zijn het er niet. Vlak na de start hebben ettelijke lopers hun eigen tafeltjes met drankjes en gelletjes opgesteld. Zo kunnen ze iedere ronde hun eigen drank en voeding tot zich nemen. Erg professioneel. Om er ook een beetje bij te horen, leg ik een paar gelletjes op de grond. Er heerst een relaxede sfeer, anders dan bij stadsmarathons, waar lopers nogal eens gestrest zijn. Pas één minuut voor de starttijd wandelt iedereen naar de startstreep.

 

Heerlijk ritme

20190928_095000We zijn nog één minuut stil om in de goede esoterische sfeer te komen en dan roept Nitish, chef-organisatie, dat we weg mogen. Klaar voor 6 uur lopen! Behalve ik dan. Eén rondje is precies 2237,06 meter, dus ik moet 19 rondjes lopen om op de marathonafstand te komen. Meer ga ik er niet doen, heb ik deze ochtend besloten, want over een week wacht de Kustmarathon. Beter kan ik vandaag mijn lichaam wat sparen – voor zover dat mogelijk is op een marathon – en volgende week iets beter hersteld zijn.

Het rondje-Bos is prachtig! We lopen een stukje langs een asfaltweg door het bos, duiken dan de bossen in en draaien en keren dan via een bruggetje, een kleine heuvel, een dikkere brug en een klein waterfonteintje weer terug naar de start. Veel weelderig groen met af en toe een weilandje en waterpartij. Een deel van het parcours herken ik van de wandeling die we met Oud en Nieuw met John, Chantal en de kinderen gemaakt hebben. Het groen verlicht de geest, merk ik.

Is het niet saai, 19 dezelfde rondjes lopen, vroeg iemand me. Juist niet! Het zorgt voor een heerlijk ritme, levert om de 12 minuten de herkenningspunten die je vertellen dat je weer flink bent opgeschoten en laat je in je hoofd de rondjes aftellen. Blijkbaar gedij ik goed bij die monotonie. Precies bij het eerste bruggetje denk ik iedere ronde: ‘Ben ik hier alweer!” In de scherpe bocht in het bos weet ik precies waar om moet lopen. Op het paadje daarna zorg ik dat ik rechts aanhoud, daar is de ondergrond niet zo oneffen. En iedere keer dat ik de waterfontein zie, ben ik weer verbaasd dat er alweer een rondje op zit.

20190928_095038Fijn is ook dat je 19 keer door start-finish komt. Bij Monopoly krijg je dan 20.000 euro, bij de Sri Chinmoyloop staat een tafel met lekkers klaar: zes soorten krabbelwaar (van banaan tot drop en pinda’s), zes soorten drank (van energydrank en cola tot bouillon en gewoon water). Vergeten te eten en drinken kan dus niet. Bovendien staan daar mijn fans: Roelof, Bas en later ook Chantal en John. En dan vergeet ik de rondetellers die met zijn vijven in hun kraampje zitten en iedere ronde voor iedereen applaudisseren.

 

Dikke plensbui

In de eerste fase van de race is mijn doel om ontspannen te lopen. Dat gaat prima: rug recht, hoofd omhoog, soepele tred. Af en toe haal ik iemand in, af en toe word ik ingehaald. Ik denk alleen aan het nummer van het rondje dat ik loop. ‘Zesde rondje, zesde rondje’, prevel ik. Het lukt goed om niet achter- of  vooruit te denken, maar alleen maar in het nu te zijn. En als ik rondje 10 heb afgerond, realiseer ik me dat ik al over de helft ben.

IMG-20190928-WA0003Dan begint het te regenen. En niet zomaar te regenen: een dikke plensbui slaat op ons neer. Binnen een paar minuten ben ik doorweekt en zijn mijn schoenen volgelopen. Ik laat het me niet raken. Ik wist dat het om half een zou regenen, hier heb ik me op ingesteld, geen verrassing, gewoon blijven lopen. Ook de wegen en paden zijn in no time kletsnat. Lagen er op meerdere plekken al plassen op de paden, nu zijn het modderige meren geworden. Ontwijken kan nauwelijks, of je moet door het gras lopen. Op sommige plekken is het handiger om dan maar dwars door de plassen te stappen. Droge voeten zal ik niet meer krijgen.

Vanaf rondje 14 is het aftellen geblazen. Nog 6, nog 5, nog 4… Doordat ik niet meer de ideale lijn kan lopen, zijn mijn kilometertijden iets hoger, maar nog steeds loop ik prima. De tweede en derde stortbui overleef ik ook. Bij de start van rondje 17 klets ik even met Chantal, want haast heb ik toch niet. In het allerlaatste rondje fietsen John en Bas met me mee en zien ze ook door welke waterpartijen ik me heen heb moeten worstelen. En na 3.58.47 uur kom ik voor de laatste maal over de streep. Nitish en de rondetellers zijn even verbaasd, maar vinden het prima. 42.504 meter heb ik onder mijn voeten weggemaald. Mij wacht een heerlijke douche bij John en Chantal – plus leuke verhalen over de helikoptertocht die Feline en Boris deze ochtend gemaakt hebben.

IMG-20190928-WA0005

Zelf-transcendentie

wat-is-de-piramide-van-maslowTot slot nog een zijstap naar de zin van het leven. De Sri Chinmoy 6 uursloop noemt zich op zijn website ‘zelf-transcendent’. Door eindeloos rondjes te lopen, kom je vanzelf in een trance, zo platvloers verklaarde ik deze term voor mezelf, geïnspireerd door een documentaire over 24 uurslopen die slechts één blokje om gaan. Maar ik blijk er helemaal naast te zitten. De term hoort bij de piramide van Maslow die de vijf essentiële behoefte, ofwel motivatiefases, van een mens omschrijft. Zelf-transcendentie is de zesde behoefte die pas later ontdekt is:

‘Zelftranscendentie is de behoefte om jezelf te overstijgen, het benutten van je eigen potentieel. Deze behoefte is niet een primaire behoefte van een persoon zelf, maar gericht op het helpen van anderen. Een mens werkt in deze behoefte aan zichzelf, om anderen te helpen.’

Werken aan jezelf om anderen te helpen.

Toen ik deze zin las, vielen wat puzzelstukjes op hun plek. In 12 Maanden 12 marathons in 12 provincies lopen kun je inderdaad wel omschrijven als ‘jezelf overstijgen’, dat behoeft geen uitleg. Inmiddels merk ik ook welk mentaal proces ik de afgelopen maanden ben doorgegaan. Hoe meer marathons ik loop, hoe sterker ik begin te voelen dat ik anderen hiermee help – of zou moeten helpen. Hoe groter de prestatie, hoe kleiner de waarde die ik daar zelf aan hecht. Veel meer beleef ik de liefde van mijn gezien en de waardering van Merel en Hans (Merels echtgenoot). Alsof ik nu meer door krijg waar het in het leven om draait en wat mij dus ook te doen staat. Misschien dat ik me nu pas bewust word waarom ik dit wilde – nee móest – doen. En dat staat nog los van de hulp in de vorm van harde pegels die voor Merels Wereld en Alzheimer Nederland binnenkomen.

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik uit op twee dochters die aan tafel huiswerk maken. Tafel vol boeken, kopjes thee, ijverige koppies. Vandaag voel ik meer dan ooit de liefde en energie voor mijn gezin. Ik heb vanochtend heel mindful hun ontbijt gemaakt en wacht op het moment dat ik hen weer kan helpen met het huiswerk. En straks gaan we samen pepernoten bakken!

En ik heb jullie nog een filmpje beloofd, een edit van stukjes film die Roelof geschoten heeft. Geeft een aardige impressie. Kijk op https://youtu.be/oPE-2QnHJ_I

Pittige tweedaagse voor de boeg

Nog een bruiloft, een yogales en een werkweek en ik mag weer aan de bak voor #12marathons. Ditmaal staat een pittige tweedaagse op het programma. Op zaterdag 28 september loop ik de Sri Chinmoy 6 uursloop in Amstelveen. Een week later trotseer ik de beruchte Kustmarathon. Als alles goed gaat, kan ik daarna Noord-Holland en Zeeland afvinken. Maar ik houd mijn hart vast voor de korte herstelperiode. Als mijn beentjes het maar houden…

20190706-125211De Sri Chinmoyloop is het probleem niet, denk ik. Zo lang mogelijk rondjes van 2,2 km lopen door het Amsterdamse Bos, dat is de opdracht van de dag. In zes uur tijd moet ik de 42.195 m toch kunnen halen. Mocht ik eerder op de marathonafstand zitten, dan behoud ik me het recht voor om uit te stappen. Ik doe er alles voor om de beentjes sparen voor een week later. Ik ben benieuwd of de rondjes rond de kerk op den duur vervelend worden. ‘Self transendence’ noemt de wedstrijd zich. Betekent dat dat ik mezelf in trance loop? Het zou ook kunnen dat die vele rondjes me juist motiveren doordat ik om de 12 minuten mijn supporters zie. Misschien komen stiefzus en zwager John en Chantal en hun kinderen Boris en Feline wel kijken. Zij wonen om de hoek, hockeyen zo ongeveer naast de startstreep en gaan vaak wandelen in het Amsterdamse Bos. Sterker nog: in de afgelopen kerstvakantie hebben we nog gewandeld over delen van het parcours!

Zwaarste marathon

parcours kustmarathonMeer zie ik op tegen de Kustmarathon. ‘De mooiste en zwaarste marathon van Nederland’, zo afficheert de marathon zichzelf op zijn site. Dat komt doordat er ‘heel veel muziek langs het parcours’ is, plus ‘veel en enthousiast publiek’. Die komen dan mijn ‘strijd in en met de natuur’  aanschouwen. Het parcours loopt, als ik de Youtube-video mag geloven, over het Zeeuwse strand, over bruggen en langs vele beeldhouwwerken – en bovenal meestentijds tegen de wind in. We lopen van Burgh-Haamstede naar Zoutelande, dus in zuidwestelijke richting. En je weet uit welke richting de wind in Nederland waait. En hoe hard die kan huishouden in Zeeland… Hoe het ook zij: ik heb het huisje voor de avond ervoor al geboekt.

Merel!

Het zou kunnen dat er nog een verrassing in voorbereiding is. Dé Merel Hemmink van Merels Wereld, voor wie ik deze #12marathons allemaal doe, wil graag eens een stukje meelopen. Ze heeft haar zinnen gezet op 10 km van de Kustmarathon. Maar het wedstrijdschema van haar man Hans, voetbalcoach van de Drachtster Boys, en haar door haar ziekte maar half gevulde batterij staan het misschien niet toe dat ze helemaal naar Zeeland kan reizen. Ik hoop dat het lukt. Het zou fantastisch zijn als we de laatste 10 km samen zouden kunnen doen!

20190706-125944Nu we het toch over Merels Wereld hebben: denken je nog aan een extra donatie? Misschien heb je al een of meerdere keren gul gegeven – waarvoor grote dank – maar misschien schiet het de laatste tijd erbij in. Dat kan gebeuren, ik word regelmatig aangesproken door fans die het doel een warm hart toedragen maar steeds vergeten een paar euro’s over te maken. Dan is nu je kans! Pak je telefoon, klik op je bankier-app en stort gul op NL53ABNA0836864778 t.n.v. 12 marathons (of, als dat niet werkt, K.P.P. Peeters). De helft van het geld komt bij Merels Wereld terecht. Afgelopen weken heeft Merel nog de verzamelde internationale longartsen toegesproken en benadrukt hoe belangrijk samenwerking in onderzoek is. Het lijkt zijn vruchten af te werpen. Dus nu is het goede moment om haar te steunen. Dankjewel!

P.S. Daan Glorie loopt dit jaar óók 12 marathons en óók voor Alzheimer Nederland (maar niet in 12 provincies. Morgen vertelt hij in het Noord-Hollands Dagblad onder andere waarom nu geld voor onderzoek nodig is. Of volg hem op https://ultraloper.wordpress.com/

 

 

 

 

 

 

 

#12marathons #8: de Veluwe Summertrail

“Een buitencategorie zware marathon op een lastig parcours en dat in de tropische hitte.” Medeloper Daan laat de prachtige paarse heide weg, maar verder slaat hij de spijker op zijn kop in zijn eenregelige samenvatting van de Veluwe Summertrail. Gelukkig was het een teammarathon én was mijn broertje in goede conditie, anders was het me niet gelukt om de finish te halen.

20190825_091751Voordat we aan de heroïek beginnen, eerst een staande ovatie voor de Veluwe. Wat een schitterend landschap! Afwisselend liepen we tussen de schaduwrijke loofbomen en geurende naaldbomen, over eindeloze zandverstuivingen, langs verscholen vennetjes en grazende schapen. Maar het hoogtepunt was toch wel de bloeiende heide. Kilometerslang keken we uit over een blinkend paarse wereld, die scherp afstak tegen het donkergroen van de bomen en het strakblauw van de lucht. “Misschien wel de mooiste marathon van Nederland”, zei organisator Ed in zijn openingspraatje. Hij heeft gelijk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Met Daan Glorie op de uitkijktoren, vlak voor de start

Maar dat genieten van de natuur gaat niet zonder slag of stoot, wis en drie! In tegenstelling tot de vorige 4 marathons is dit een trail marathon. Dat betekent niet alleen een mooie omgeving met pittige heuveltjes en verschillende ondergronden, maar ook een minder prestatiegericht en gezelliger deelnemersveld. Iedereen kletst met elkaar. De Veluwe Summertrail is ook nog een teammarathon. De meeste lopers lopen niet de hele marathon, maar lopen hem met zijn tweeën, drieën of vieren. Eén teamlid loopt, de anderen fietsen mee. Om de 5 km is er een officieel wisselpunt waar we wachten tot een half uur verstreken is, dan pas gaat de groep samen weer door. Tussendoor wisselen mag ook.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAlle lopers en begeleiders moeten goed samenwerken om allemaal de eindstreep te halen. De fietsers zorgen voor de verzorging van de lopers – en dat is in deze hitte bitter noodzakelijk. Ook geven ze de weg aan. Ed fietst voorop en posteert bij iedere bocht een fietser die de lopers de goede kan op wijst. Is de laatste loper gepasseerd, dan scheurt de fietser iedereen voorbij om een nieuwe bocht aan te duiden. “Het is een teamprestatie”, benadrukt Ed. “Dus sta voor elkaar klaar.”

 

Team-Peeters

OLYMPUS DIGITAL CAMERAMijn eigen team is iets kleiner dan normaal – geen taferelen zoals in Diever nu. Chef-fanclub en PR-manager Roelof is de grootste ontbrekende factor. Hij wandelt zelf in de Franse Alpen, maar niet nadat hij een artikel in De Stentor en op Omroep Gelderland heeft geregeld! Wat een held – en fijn dat de krant ook eens lovend over Roelofs inzet schrijft. De andere vaste fans zijn er wel. Mijn vader komt aangesneld als alle lopers van vandaag de uitkijktoren van Kootwijkerzand opklimmen. Hij is buiten adem en buiten zinnen zo blij om ons te treffen, want hij had al een half uur zitten zoeken. Eén minuut voor de start komt ook Bas aangefietst. Omdat de machinisten op zondag uitslapen, kon dat niet eerder.

Aan een startstreep doet de Veluwe Summertrail niet. Aan een startschot evenmin. Ed drijft ons eerst bij elkaar tussen de bomen en bromt dan: “Nou, dan gaan we.” Als een zandhaas begint hij over een fikse zandverstuiving te lopen. “Het eerste stuk loop ik voorop!” roept hij al. Als we na 1 km door de zandbak het bos in gaan, mogen we op eigen gelegenheid verder. We lopen over een tweespoors zandpad en proberen onze schoenen op zo vast mogelijke grond te zetten. De groep van ongeveer 30 lopers blijft redelijk dicht bij elkaar. Lekker, die frisse boslucht. Maar ook al warm, om 9.30 uur ’s ochtend.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAMeer dan de helft van de lopers staat al op het wisselpunt als ik kom aangelopen. Even uitrusten tot het half uur om is. “Nog 2 minuut 30”, roept Ed. Fijn, dan loop ik gemiddeld 5.30 min per km. Prima voor een trail. Maar als we weer weggeschoten worden, schiet het in mijn kuit. De linker. Die heeft het zwaarder dan normaal door het mulle zand en de heuveltjes. Bovendien moet hij meer werk doen. Sinds ik een brace om mijn linkerenkel draag, is mijn rechterkuit in omvang geslonken. De brace belet me om die kuit goed te gebruiken. De linker neemt die taak over. ”Jij hebt óók ongelijke kuiten`, zag Eline twee weken geleden al. De pijn wordt met de stap erger. Dat we weer over asfalt lopen, verlicht het leed geenszins. Haal ik in deze toestand de eindstreep wel? “Je kunt ook iemand anders laten lopen, he”, zegt een fietsende begeleider die me vraagt hoe het gaat. “Al is het maar 1 km.” Ik minder vaart en loop stug door. En warempel, na 9 km zakt de pijn wat af.

De derde etappe is weer helemaal onverhard, de vierde ook. Dit is het echte trailen: heerlijk draven, goed kijken waar je je voet neerzet en af en toe een blik op de prachtige omgeving werpen. Regelmatig neem ik een slok uit mijn Camelback en Bas en John steken me ook regelmatig een bidon toe. Desondanks krijg ik het steeds warmer. Het loopt nu tegen de 30 graden en als de zon pal op je staat, fik je bijna weg. Ik merk dat ik steeds meer moeite moet doen om mijn tempo aan te houden. Mijn hartslag stijgt, maar mijn snelheid daalt. Volgens mij raak ik opgebrand.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAWat nu?

Dan zie ik op een grasachtige open plek mijn broer Bas bij zijn fiets stilstaan – plichtgetrouw voert hij zijn taak als richtingaangever uit. He…. Dat zou ook kunnen natuurlijk. Oorspronkelijk stond Bas ook op de startlijst. Sterker nog: formeel staat hij er nog steeds op, als nummer A03. Hij wilde deze marathon zelf lopen, alleen of met een loopvriend, en wel op blote voeten. Een paar weken heeft hij daadwerkelijk blootsvoets getraind, vooral over gras en zand. Maar steeds kreeg hij last van zijn kuit. Gisteren heeft hij zich afgemeld bij Ed.

“Bas, wil jij een stukje lopen?”

“Ehhh… OK!” Bas heeft zijn hardloopschoenen en -broekje al aan en kan zo op pad. Ik neem de fiets van hem over en daar gaat hij, mijn redder in nood. In blote bast. Zuchtend en steunend bind ik Bas’ rugzak op de bagagedrager en trap uitgeput achter hem aan. Zelfs fietsen is vermoeiend en heet. Als ik Bas nader, zie ik dat hij aan zijn voeten zit te plukken. Wat doet hij? Mijn vader staat naast hem met een schoen in zijn hand. Bas is bezig om schoen 2 uit te doen. Even later gaat hij blootvoet verder. Precies zoals hij twee maanden geleden bedacht had! Eigenlijk is dit dus een win-win-situatie!

“Loopt prima zo”, zegt Bas opgetogen na een paar kilometer. Last van zijn voeten heeft hij niet – en zijn kuiten werken ook mee. Hij slalomt behendig van gras naar zand en vermijdt de steentjes. Iets verderop wordt het lastiger. We doorkruisen een oneffen graslandje met pollen, struiken en dode takken. Ook daar baant Bas zich doorheen. Ongeschonden haalt hij het volgende wisselpunt. Hij wil nog wel een stukje. Monter neemt hij het mooiste, maar ook het zwaarste deel van de route voor zijn rekening: 4 km in de brandende zon langs een uitgestrekt bloeiend heideveld. Ben ik effe blij dat ik fiets!

 

Een erehaag van schapen

20190825_121131Pas 8 km verder laat hij zich aflossen. De laatste paar kilometer heeft hij het wat lastiger omdat er veel steentjes op het zandpad liggen. Verder ging het prima. Hij praat vrolijk met de meefietsers en loopt op effen ondergrond harder dan ik. De rollen zijn om gedraaid: nu geef ik hem de bidonnen aan, wijs de weg en kletst met een andere fietser/loper. Inmiddels ben ik voldoende hersteld om zelf weer een stuk te doen. Dat gaat redelijk – mijn kuit wordt niet eer erger –  maar ik merk wel dat de pijp eigenlijk leeg is. Ik ben niet de enige die daar last van heeft. Een medeloper, die over 2 weken de 100 km van Winschoten gaat doen, “is er helemaal klaar mee”. En Daan Glorie, die net als ik 12 marathons voor Alzheimer Nederland loopt, verzucht ook met holle ogen dat hij kapot is. OP zijn Strava meldt hij later dat hij 4 liter water gedronken heeft.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAMet nog 4 km te gaan, pakt Bas het rennen weer over. In colonne loopt doet de voltallige groep de laatste 2km. Missie geslaagd: allemaal halen we in eendrachtige samenwerking de finish. Als we de schaapskooi van Heerde, de finishplaats van vandaag, al zien liggen, wordt de weg plotseling versperd. Vakkundig hebben de schaapsherder en zijn hond hun kudde tot aan ons paadje gedirigeerd. Op het moment dat wij passeren, steken de schapen net over. Sommige lopers wurmen zich tussen de schapen door, andere houden even in. Een erehaag van schaapjes! Wat een toepasselijk slotstuk!

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIn de schuw van het lommer achter de schaapskooi pak ik een pannenkoek met stroop (geniaal! Die moeten ze vaker hebben!). Vermoeid gaan Bas en ik naast elkaar zitten. Samen hebben we het gered. “Bas heeft je gered”, zegt mijn vader. En zo is het. Beide mogen we naar voren komen om het Veluwe Summertrail certificaat in ontvangst te nemen. “Misschien wel de mooiste marathon van Nederland”, staat er weer op. “En de zwaarste”, mag er dit jaar wel bij. “En de heetste.”

En dan nu de hamvraag: heb ik deze marathon nou gehaald of niet? Voldoet hij aan de #12marathons-criteria? Aan de ene kant niet. Ik heb niet de volledige marathonafstand gelopen, maar een luttele 30km. Fietsen is geen lopen. Aan de andere kant wel. De Veluwe Summertrail is een teammarathon, waarbij je elkaar moet helpen. Dat hebben we gedaan. De broers-Peeters hebben samen gelopen en met de fiets in mijn hand ben ik rennend over de imaginaire eindstreep gekomen. Bovendien: bijzondere omstandigheden vragen om bijzondere regels. En de regels maak ik toch zeker zelf? ‘Naar omstandigheden goed’, zou mijn wiskundeleraar uit 2E zetten.

De volgende loop zal ik weer geheel op eigen kracht moeten doen – dat is geen teammarathon. In 6 uur moet ik tijdens de Sri Chinmoy-loop tot minimaal 42.195 m komen. Zelfs in de labiele, onzekere staat waarin ik nu zit, zeg ik dat dat moet kunnen. Maar de Kustmarathon… Alleen maar tegen de wind in… Deels over het strand… Een week na Sri Chinmoy… Dat wordt de echte lakmoesproef!