#12marathons #4: het mirakel van Enschede

20190414_141628Het is gelukt! Het wonder is geschied! Ondanks een brakke enkel en een maand niet trainen heb ik de Enschede Marathon volbracht. Geen centje pijn gaf mijn enkel. Zelfs geen zwelling achteraf. Alleen een fikse dosis spierpijn. Overijssel mag worden afgestreept. Marathon #4 van de 12 is ook volbracht.

Vier weken lang heb ik tegen deze marathon opgezien. Na de Heuvelland Marathon is mijn enkel zo blauw en de zwelling zo dik dat er van lopen überhaupt geen sprake is. Hoe kan ik in vredesnaam over 4 weken weer 42 kilometer rennen? “Het kan  best”, blijft fysio Roelof echter zeggen. Hij wrijft en wrikt, plakt meters tape op het gewricht en laat me oefeningen doen met zijn beroemde loopladder. (Wist je dat Roelof de loopladder in Nederland heeft geïntroduceerd? Prachtig verhaal.) De eerste week mag ik niet bewegen, de tweede week alleen fietsen op de stadsfiets, in week drie weer op de mountainbike en in de laatste week ook weer rennen. 17 kilometer loop ik in 4 weken. Meer niet. En nu de marathon volbrengen? In de verdienstelijke tijd van 3.49.35? Hoe kan dit lichaam zoveel veerkracht hebben?

Kort, lang, kort, lang
Ik moet de ruiten krabben als ik uit Groningen vertrek, zo koud is het vanochtend. Mijn hardloopkleren heb ik al aan: lange broek, lang shirt, Alzheimershirt eroverheen. In Enschede slaat de twijfel toe. De zon schijnt al zo lekker, het gaat vast warm worden. Toch maar een korte broek aan. Om mijn rechterenkel doe ik een veterbrace, een soort korset die van halverwege de voet tot boven de enkel loopt. De banden die daar weer omheen lopen, trek ik lekker strak aan. Straffe ondersteuning voor mijn gekwelde gewricht.

20190414_093312Met duizenden tegelijk gaan de halve- en helemarathonlopers van start. In de haag van toeschouwers tref ik zowaar mijn vader aan. In kolonne gaat het over de busbaan richting Glanerbrug. Van de tegenwind merk ik niks. Ik loop relaxed mee in de menigte en ga veel sneller dan ik vooraf had bedacht. Mijn enkel protesteert niet, dus geen reden om vaart te minderen. De koplopers hebben het keerpunt al gehad en sprinten me tegemoet. Zoef!

Na een paar bochten komen we in het groen. Ik prijs mezelf gelukkig: strakblauwe lucht, grazige groene weiden en een lichaam dat vol energie zit. Wat fijn dat ik weer zo kan lopen. In Lonneker is het helemaal feest. Zingende en dansende mensen in de schaduw van de Lonnekermolen, een terras vol toeschouwers die de koffie en appeltaart voor de neus hebben. Ieder kind die wil, geef ik een high five. Ik geniet!

 

Verlaten
Halverwege passeren we start en finish. De lopers van de halve marathon persen er nog een sprintje uit en slaan rechtsaf, ik ga rechtdoor voor de tweede ronde. Opeens lijkt het alsof de stad leeg is. Geen toeschouwers meer, een handjevol runners op een verder verlaten busbaan, geen orkestjes en DJ’s meer. Saai eigenlijk zo. Wat een eind is het toch. Mijn kilometertijden zakken in. Mijn heupen beginnen op te spelen.

Pas als ik het eerste bandje gepasseerd ben, krijg ik de smaak weer te pakken. Op de Esmarkerrondweg loopt het even naar beneden, lekker vaart maken. Mijn kilometertijden gaan weer crescendo. Bruggetje over, rechtsaf en weer het groen in. Ik begin het gerieflijk warm te krijgen. In Lonneker is het terras inmiddels aan het bier. Iets verderop slaan we rechtsaf een bosweg in. Wat een prachtige route is het toch. En daar haal ik zomaar de twee mannen in die me bij het begin van de tweede ronde wreed passeerden. Mijn vader heeft me achterhaald en fietst weer met me mee. Hé, daar duikt mijn broer ook op de fiets op. Gezelligheid.

Blijven rennen
Wat ik net nog kon onderdrukken, dringt nu langzaam mijn lichaam in. Vermoeidheid. Mijn benen lopen vol en voelen steeds zwaarder aan. Waar ik eerst nog energie in mijn borstkas voelde, daar lijkt nu een lege holte te zitten. En ik moet nog 10 km. Bij de waterpost op het universiteitsterrein sta ik mezelf 10 seconden rust toe. Kom, Koen, blijven rennen. Ik passeer de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente, en draai een breed fietspad op. ‘F35, beste fietssnelweg van Nederland’, staat op zijn kop op het asfalt. Nou, niet voor hardlopers. De wind staat pal tegen en er lijkt geen einde aan de weg te komen. Diepe vermoeidheid overvalt me. Vanaf hun bankje knikken twee bejaarden me vriendelijk toe.

bazu-20614080Niet de moed laten zakken nu! Andere atleten lijken het nog moeilijker te hebben. Iedere 5 minuten haal ik stilstaande lopers in. Mijn conditie mag dan afgekalfd zijn, hij is nog steeds beter dan die van hen. Daar mag ik de bocht om. Nog iets verder loop ik een grazig parkje in en stap dan het parcours van de eerste ronde op. Deze weg ken ik. Nog maar een klein stukje. Als we onder het spoor door gaan, haal ik de dame in die ik al 10 km in de rug kijk. Nog een paar hobbelige straatjes in het stadshart. Hier staat het publiek weer rijen dik. Nog even aanzetten bij de Oude Markt en daar is de finish! 3.52.33 staat op de klok, later gecorrigeerd tot 3.49.35 uur.

Hamburger
Met een hamburger (mijn vader en ik) en mango (broer Bas) zitten we op een bierbank in het zonnetje. Om ons heen strompelen lopers voorbij met een medaille om hun nek. Nog meer helden die het geflikt hebben. Blijkbaar is mijn basisconditie voldoende om zo’n prestatie aan te kunnen, concluderen we. Dat had ik niet gedacht. Over 3 weken mag ik weer aan de bak: de Rietvelt Natuurmarathon. Geen vlak stratenparcours, maar een afwisseling van fietspaden en bosweggetjes. Om die oneffenheden te kunnen verdragen, moet mijn enkel wel iets beter zijn dan nu. Op naar Lelystad voor deel 5 van mijn missie voor Alzheimer en Merels Wereld.

Gulle gevers, lokale media, fysio Roelof, fan Roelof (die er voor deze ene keer niet bij was) en natuurlijk John en Bas: dankjewel voor alle steun!

Advertenties

Groen licht :-)

Dinsdag gaf mijn fysio groen licht: mijn enkel is voldoende hersteld om een marathon te kunnen lopen. Dus ik mag weer los! Net op tijd hersteld om zondag de Enschede Marathon te lopen. Dank jullie wel voor alle beterschapswensen, het urenlange duimen en nog veel meer!

Niet dat mijn enkel weer 100% is. Verre van dat. In rust voel ik hem zitten. Bij zijwaartse bewegingen schiet er een minischeutje pijn naar mijn hersenen. En na 2,5 uur fietsen zeurt ‘ie. Het scheurtje is nog niet genezen, zoveel is duidelijk. Maar 4 uur rechtdoor lopen, dat zou mijn enkel aan moeten kunnen. Dankjewel, Roelof van Sportrevalidatie Groningen.

Ik beloof jullie plechtig dat ik zuinig zal zijn op mijn enkel. Zondag pak ik hem goed in. Het eerste laagje tape zit er al om en vlak voor de wedstrijd komt daar ook nog een veterbrace overheen, een soort korset voor mijn voet. Ik zal niet te hard lopen en goed oppassen dat ik niet op oneffen oppervlakten stap. En als het niet gaat, stap ik halverwege uit. Beloofd.

Ondertussen begint Twente ook op de hoogte te raken van #12marathons. Vandaag ben ik te horen op het radiostation van 1Twente. En deze week viel ik in de stad huis-aan-huis op de deurmat. Als er ook maar één lezer een donatie overmaakt op  NL53ABNA0836864778, dan is al die PR de moeite waard. Ik heb er zin in!

ffdopnpmdibmlplj

Revalidatie, mijn dertiende marathon

Dat had ik niet gedacht. Al bijna 3 weken loop ik niet hard. Zelfs in rust voel ik dat het onrustig is in mijn enkel. En dagelijks duw ik een bakje met diepgevroren spaghetti tegen mijn enkel om het herstel te bevorderen. Nooit gedacht dat ik de voorbereiding op de marathon van Enschede zo zou beginnen.
Op zwakke momenten heb ik er  een hard hoofd in dat mijn enkel op 14 april voldoende hersteld zal zijn. In dat geval moet ik mijn #12marathon-missie staken. Dat kan toch niet? Wat me op de been houdt is de positiviteit van mijn fysiotherapeut. Bij ieder consult vraag ik Roelof of het nog haalbaar is om op 14 april een marathon te lopen. Iedere keer zegt hij dat het kan. Niet dat het 100% zeker is, maar wel dat het kan. Daar klamp ik me nu maar aan vast.

EnkelIs het dan zo erg?
Ja, dat is het. In het vorige verslag schreef ik al dat mijn enkel bij terugkeer uit Maastricht anderhalf keer zo dik was en flink pijn deed. Maandagochtend zat ik met mijn dikke enkel al bij de huisarts. Niet gebroken, stelde hij vast, maar voor het gewenste snelle herstel had ik wel een goede fysio nodig. Die heb ik met mijn Simone natuurlijk zelf in huis. Maar ze wilde ze me niet behandelen (“Ik kan tapen, zwachtelen en masseren, maar kan geen herstelplan voor je maken”). Wel wees ze me op Roelof Boekema van Sportrevalidatie Groningen, gespecialiseerd in de begeleiding van sporters. Hem zie ik nu twee keer per week.

Geen toverwerk
Bij onze eerst ontmoeting bevoelde hij mijn enkel, duwde zo hard op de pijnlijke plek dat ik door het dak ging en keek toen peinzend voor zich uit. Vervolgens declameerde hij vier vette disclaimers, die erop neer komen dat ik geen toverwerk van hem mag verwachten.

  1. “Hoewel de ernst van de schade nog niet vast te stellen is, heb je band- en kapselletsel. Die blauwe kleur komt door bloed, dus moet er iets kapot zijn.”
  2. “Bij gewone mensen duurt het herstel 6 tot 8 weken. Houd er rekening mee dat je die 4 weken niet haalt.”
  3. “Als je te snel begint, loop je kans op ontstekingen. En dat wil je niet.”
  4. “En als er toevallig toch een stukje bot ergens rondzweeft, ben je nog verder van huis.”

Daarna bracht hij het goede nieuws. Ondanks 21 km doorlopen op een verrotte enkel, zag die er niet eens zo slecht uit. De beweeglijkheid was relatief goed. De rek in de banden was, vergeleken met de andere enkel, maar beperkt. En mijn goede conditie zou het herstel vast bevorderen. Mij in 4 weken klaarstomen voor de marathon was niet onhaalbaar!
Week 1 van mijn revalidatie was goed te doen. Ik had zoveel last van de enkel, dat ik niet peinsde over bewegen. Ik accepteerde mijn lot gelaten.
Week 2 was een verschrikking. Niet sporten was de hel. Door het gebrek aan endorfines kreeg ik afkickverschijnselen. Ik werd chagrijnig en kortaf. ’s Avonds viel ik lamlendig in slaap op de bank en stond alleen op om koekjes te pakken. ’s Ochtends was ik nog chagrijniger omdat ik te weinig geslapen had en mijn pens zag groeien. Mijn mentale weerbaarheid was naar het nulpunt gedaald.
Week 3 is de week van glorende hoop. Maandag heb ik voor het eerst weer gemountainbiked en dat voelde heerlijk. Gisteren was fysio Roelof wederop positief. En straks stap ik weer op mijn fietsje. Lopen zit er nog niet in, maar bewegen mag weer. De endorfines stromen weer.
Week 4 wordt de week van de waarheid. Dan mag ik weer mijn eerste stappen rennen. Dan zal ik merken of mijn enkelbanden die loopbelasting aan kunnen.

Dertiende marathon
Als slotstuk van die vierde week meld ik me op het Hendrik Jan van Heekplein voor de Marathon van Enschede. Hopelijk met een enkel die het 42 km en 195 meter volhoudt. En niet zo gesloopt is dat hij 3 weken later weer een marathon aan kan. Dan heb ik mijn dertiende marathon, die van 4 weken revalidatie, erop zitten. Misschien is dat nog wel de zwaarste van allemaal!

Blijven jullie voor me duimen?

P.S. Na de 19e april is er geen andere marathon meer in Nederland. Uitstel is dus onmogelijk…

 

#12marathons #3: de Heuvelland Marathon

Daar lig ik op bank met mijn beentjes omhoog. Mijn rechtervoet is omzwachteld met een huidkleurig verband. De nog zichtbare stukken huid zijn blauw-rood gekleurd. De enkel is ook stukken dikker dan normaal. Op de salontafel staan twee bemodderde schoenen, geflankeerd door een dikke medaille. Boven me hangen slingers. Het is maandagavond, één dag na de Heuvelland Marathon – en hier lig ik. Wat is er in vredesnaam gebeurd?

Heuvelland marathon 6De Heuvelland-excursie begint zaterdagmiddag. Eerst naar Meppel om oom Roelof op te pikken, daarna naar Best om mijn vader in te laden en tegen het eind van de middag zijn we in Maastricht. We nemen onze intrek in de derde verdieping van een knus Vrienden van de Fiets-huisje. In de binnenstad eten we een hapje Vietnamees. Ik krijg de helft van mijn vaders portie, dus calorieën genoeg voor een marathon. We hebben het leuk samen. Als mijn broer Bas ’s avonds ook nog arriveert en zijn stoere vakantieverhalen uit Panama vertelt, is de gezelligheid compleet. “Nu moet ik echt naar bed”, zeg ik tegen twaalf uur. “Ik heb morgen een marathon te volbrengen.”
De volgende ochtend scheiden zich onze wegen. Een dubbeldeks bus vol atleten brengt mij van het finishpunt, sportpark De Geusselt, naar de start op het Drielandenpunt in Vaals. De heren supporters stappen op de (elektrische) fiets en rijden op eigen kracht naar Vaals. Waar het de afgelopen week nat, koud en guur was geweest, daar vallen nu slechts een paar spatjes. De rest van de dag blijft het droog. Bovenop de berg  vermei ik de tijd in een dampend restaurantje.

… Het bronsgroen eikenhout
Heuvelland marathon 4PANG! 500 lopers tegelijk duiken een smal paadje in. Het is duwen en dringen op de eerste meters. We duiken het bos in en het pad voert meteen omhoog. Goed oppassen voor de dennenappels, stokken en stenen op de grond. Vanaf de top duikt het steil naar beneden. We slalommen om plassen en modder heen. Dat begint goed! Downhill gaat het hard. Beter om met kleine pasjes te dribbelen, denk ik. Ik sla scherp linksaf, spring over een plas en kom weer op een breed bospad. Dit loopt heerlijk!
De eerste helft van het parcours is een afwisseling van heuvels, bos, slechts asfaltwegen en glibberige bospaadjes. Af en toe steek ik een gewone weg over, waar een groepje publiek staat te kijken. Roelof, John en Bas kom ik pas na 10 km voor het eerst tegen – op een eerdere kruising staan ze wel te wachten, maar ben ik al voorbij gekomen. Loop ik het bos uit, dan kijk ik uit over het weelderige Limburgse heuvellandschap. Wat een prachtige uitzichten. Rijen groene heuvels strekken zich uit. En kijk eens aan, het zonnetje gaat schijnen. Zo liggen het bronsgroen eikenhout en het malse korenveld er wonderschoon bij!
Heuvelland marathon 2Lang kan ik er niet van genieten, want ik moet constant opletten waar ik mijn voeten neerzet. Bij de start twijfelde ik nog of ik hardloop- of trailschoenen aan zou doen. Het werden de hardloopschoenen om meer demping te hebben op de asfaltwegen. Die keuze zorgt er wel voor dat ik af en toe alle kanten op glijd in de blubber. Op sommige steile paden moeten mijn medelopers al wandelen, maar ik ren stevig door. Alleen bij een smalle modderige geul die steil naar boven lijdt, sluit in aan in de wandelpolonaise naar boven.

Plots verstap ik me…
Ik ben bijna halverwege als ik over een ‘holle weg’ naar beneden sprint. Het pad is een dikke meter breed en bestaat uit modder, zand en scheve stenen. Links en rechts lopen aarden wallen omhoog met boompjes daarbovenop. “De weg is zó oud dat hij in het landschap gesleten is”, legt een collega later uit. Plots verstap ik me en klapt mijn rechterenkel dubbel. Ik probeer mezelf nog een paar pasjes rechtop te houden, maar buts dan tegen de rechterwal. Ik tol 360 graden om mijn as en val in de modder. Auw, mijn enkel! Die doet venijnig pijn.
Ik sta op en strompel verder. Eerst even die enkel tot rust laten komen. Een minuutje later kom ik bij het officiële halvemarathonpunt, drink een colaatje en hap een banaan. Nog 21 km te gaan met zo’n pijnlijke enkel, hoe ga ik dat doen? Wandelen is geen goed idee, dat duurt te lang. Uitstappen is helemaal geen optie: ik heb dit jaar 12 marathons te volbrengen. Beter kan ik weer proberen te lopen. Ik hinkel mezelf op gang en steun bij iedere pas iets meer op mijn rechtervoet. Na 5 minuten is de pijn zo goed als weg en kan ik weer normaal rennen . Alleen op weggedeelten die aan de rechterkant schuin omhoog lopen, voelt het niet fijn. Veel links houden dus.

Windkracht 5 in mijn gezicht
Ondertussen heb ik gezelschap gekregen van Bas en John. Die fietsen vanaf kilometer 23 met me mee. Op dit stuk van het parcours kan dat ook prima. De wegen en paden zijn minder modderig en gaan niet meer zo steil omhoog. Hier is het de wind die het de lopers lastig maakt. Met windkracht 5 blaast hij recht in mijn gezicht. Zwaar, maar lekker. Ik haal een paar lopers in, zet me op kop van het groepje en sleur ze kilometerslang tussen de akkers door.
Op een steile heuvel haakt John af. De accu van zijn elektrische fiets is inmiddels leeg. Als het pad alleen nog maar bestaat uit water, modder en houtschilfers, probeert hij door het bos een andere weg te zoeken. Daarbij loopt hij een niet meer in te halen achterstand op. Bas komt er op zijn OV-fiets wel doorheen. Het geel-blauwe frame is inmiddels donkerbruin gevlekt.
Met nog 10 km te gaan moet ik even plassen. Als ik me op gang trek, protesteert mijn enkel hevig, nog heftiger dan daarstraks. Ai, ai, komt dit nog wel goed? Grimassend loop ik door. En wonder boven wonder, de pijn trekt wederom weg.

Matthieu van der Poel
Wat is dat? Zie ik daar lopers op een trap een berg op lopen? Ja, warempel, we moeten bijna recht omhoog! Veertig treden van houten bielzen krijgen we voor de kiezen. “O jee”, roept Bas, “hoe kom ik hier op?”  Hij legt zijn fiets in zijn nek en rent als Matthieu van der Poel de trap op. Hij oogst nog meer applaus dan ik!
Hauvelland marathon 3‘Nog 9 km te gaan’ kondigt een spandoek aan. Dat moet te doen zijn. De zwaarste heuvels en modder heb ik gehad. Via Cadier en Keer loop ik naar Bemelen. Nu ben ik er bijna. Ik geniet met volle teugen. Wie kan er nu zeggen dat hij zijn 46ste levensjaar afsluit met een hele marathon? Ik voel me trots en overweldigd. O jee, de weg gaat weer omhoog en omlaag. Het lijkt wel alsof ik door een rivier loop, zoveel water stroomt over het zand- en stenenpad naar beneden. Een keuze heb ik niet: ik moet dwars door het water. In de verte zie ik de stadionlampen van De Geusselt al staan. Bas houdt me de laatste kilometers nog wat uit de wind en ik vlieg naar de finish toe. Nog een rondje om de hockeyvelden, een slinger door het sportpark en ik ben er! Gefinished in 3 uur, 59 minuten en 55 seconden.

Verjaardagscadeau’s
heuvelland-marathon-5.jpgVeel lekkers staat op me te wachten. Ik geniet van een groot stuk Limburgse vlaai, een dikke medaille, een warme douche en de felicitaties van John, Roeloef en Bas. Maar één fan ontbreekt nog: mijn moeder. Ze zou ook komen kijken, maar ik heb haar niet gespot. Als ik haar na een kwartier bel, blijkt ze op een benzinepomp aan de A2 te staan. Ze heeft geprobeerd het parcours en De Geusselt te vinden, maar kon de goede weg niet vinden. Bellen of appen met Bas lukte ook niet – zijn telefoon was leeg. “Barst!” dacht ze, en keerde om. We pikken haar op bij de benzinepomp en rijden naar het dichtstbijzijnde eettentje , toevallig in Geulle.  Met een kop uiensoep en een Apfelstrudel kom ik helemaal bij. En dan krijg ik zelfs de eerste verjaardagscadeau’s! Mijn dag kan niet meer stuk.
EnkelTerug in Groningen, zes uur later, blijkt de schade aan mijn enkel pas echt. Hij is twee keer zo dik als normaal en kleurt rood-blauw. Lopen is er de komende weken niet bij. Helpen jullie me duimen dat ik de volgende marathon haal?

 

Yes, ik mag weer (bijna)

Coverphoto-Heuvelland-marathon2_0Na bijna zes weken rust en trainen mag ik zondag weer aan de bak voor #12marathons: de Heuvelland Marathon in Limburg. 600 hoogtemeters over grotendeels onverhard heuvellandschap van het Drielandenpunt naar het stadion van MVV in Maastricht. Met het glooiende landschap, de mooie uitzichten en de gedachte aan Limburgse vlaai wordt dit vast en zeker een van de mooiste marathons. Maar misschien ook een van de natste… Na afloop vind je hier uiteraard weer een verslag. Wish me luck!

Puzzelen op het programma

IMG_6038Is het überhaupt mogelijk om iedere maand in een andere provincie een (officiële) marathon te lopen? Nu ik er twee achter de rug heb, blijkt de planning tot dusver het moeilijkste onderdeel van mijn missie. Marathons in de zomermaanden worden bijvoorbeeld nauwelijks georganiseerd, omdat veel potentiële deelnemers dan op vakantie zijn. Wintermarathons zijn ook dun gezaaid. Sommige provincies hebben maar een of twee marathons. Zeeland heeft alleen de kustmarathon bijvoorbeeld, Flevoland alleen de Natuurmarathon in Almere. En dan worden loopwedstrijden ook nog eens gecancelled, laat aangekondigd, verplaatst of simpelweg niet meer georganiseerd.

Maar het is gelukt! Na wekenlang puzzelen, schuiven en omgooien heb ik een sluitend programma. Met een paar verrassende nieuwe binnenkomers:

  • Geen Rotterdam in april, maar de Enschede marathon
  • De ’t Is voor niks-marathon in geboorteprovincie Geldrop
  • En de Sri Chinmoy 6 uursloop in september: in 6 uur zo ver mogelijk zien te komen

Het ziet er wat anders uit dan het schema waarmee ik in januari begon, maar volgens mij is dit de enige manier waarop mijn missie haalbaar is. Laat ze allemaal maar komen. Ik heb er zin in!

17 mrt   LI  Heuvelland marathon(Vaals-Maastricht)
14 apr   OV  Marathon Enschede
3 mei     FL  Rietvelt natuurmarathon (Lelystad)
16 jun      UT  Amersfoort marathon (Amersfoort)
20 jul     DR  Midzomeravondmarathon (Diever)
25 aug   GE  Summertrail Veluwe M’thon (A’doorn)
28 sept NH  Sri Chinmoy 6 Uursloop (Amstelveen)
5 okt      ZE  Kustmarathon Zeeland (Zoutelande)
24 nov  NB  ’t Is voor niks marathon (Geldrop)
15 dec   ZH  SPARK marathon (Spijkenisse)

#12marathons 2: de Blaauwbekmarathon

Mocht je ooit nog een marathon willen lopen, ga dan niet het weekend ervoor voor het eerst snowboarden. Van twee dagen boarden was ik zo bont en blauw dat ik vreesde dat ik de Blaauwbekmarathon niet eens zou kunnen lopen – laat staan finishen. Met angst en beven ging ik van start. 42.195 m later bleek dat ik me voor niets zorgen had gemaakt: mijn lichaam had het prima gehouden en de tijd van 3.47 uur was stukken sneller dan ik bedoeld had. Two down, ten to go!

 

BB1De Blaauwbekmarathon begint voor mij twee en een half uur voor de start. RTV Noord wil me nog graag op de radio horen over mijn avontuur, samen met de chef van de organisatie Dick. Dat kan alleen maar bij de start zelf. In de sneeuw vertel ik over het plezier van hardlopen in de sneeuw en mijn #12marathons-initiatief (hier kun je het naluisteren). Het is venijnig koud, dus ik ben blij dat ik daarna kan schuilen in restaurant Azzuro. Warmte en koffie, precies wat ik nodig had.

Eerste rond om het Oldambtmeer
Om 1 voor 11 hang ik mijn dikke jas in de kleedkamer op en één minuut later ga ik met nog 89 deelnemers van start. Om ons heen is alles wit: Oost-Groningen schittert in een dun laagje sneeuw. De eerste ronde van 21 km voert met de klok mee om het Oldambtmeer, de tweede ronde slingert door de natuur ten oosten van Blauwestad. Het fietspad waar we over lopen, is bijna sneeuwvrij, maar op sommige plekken nog verraderlijk glad. Op behoorlijk tempo rennen we richting Winschoten, door een prachtig parkje en daarna verder aan de westelijke kant van het meer.

20190202-105913Mijn trouwste fans vergezellen me onderweg: mijn vader John en oom Roelof. John fietst met me mee, maakte foto’s en houdt me gezelschap. Roelof deelt flyers over #12marathons uit aan alle toeschouwers. Wie er maar staat krijgt een briefje plus praatje toegestopt. Na 5 km is zijn voorraad van 100 flyers al op. Beide dragen ze een 12marathons-T-shirt over hun jas. Geweldig om zo’n fans te hebben.

In de laatste 5 km van de eerste ronde zie ik alweer hardlopers in onze richting komen. “Dat zijn de halvemarathonlopers,” denk ik. Het blijken de koplopers van de marathon te zijn. Ik loop lang niet gek, maar zij gaan pas echt hard! Een half uur later, na het ronden van het keerpunt bij start/finish in Blauwestad, loop ik zelf die kant op.

Blauwestad is een bijzondere plek. Ingeklemd tussen het groot kunstmatig aangelegde Oldambtmeer en de vlakke graanvelden ligt een mozaïek van straten en havens. Het moet hier prachtig wonen zijn, zo’n vrijstaande woning met eigen steiger. Maar slechts 600 mensen hebben hier een huis laten bouwen. De rest van de honderden kavels is leeg. Voor een hardloper is dat helemaal niet erg. Bedekt door een laag sneeuw ziet de leegte er schitterend uit.

Tweede ronde door de Graanrepubliek
BB2Ondertussen loop ik tussen de velden van Finsterwolde en Beerta. Vroeger was dit de graanrepubliek van Nederland, waar Frank Westerman uitvoerig over geschreven heeft. Nu zijn de velden teruggenomen door de natuur. Na Finsterwolde verlaat ik de geasfalteerde wegen en loop ik over gravel en zand de witte vlakte door. Af en toe ligt er een strook modderig zand, maar meestentijds ploeg ik door de sneeuw. Mijn heupen vinden deze ondergrond minder fijn. Wekenlang te weinig buikspieroefeningen heeft mijn core stability tot een minimum teruggebracht. De heupstabilisatoren moeten mijn lichaam recht overeind houden op deze hobbelige paden. Dat laten ze merken ook. Net als ik denk dat we rechtsaf naar de finish kunnen, sturen de borden me linksaf door een enorme natuurbegraafplaats. Hier is het lopen nog lastiger. Aan het einde van de grote lus staat gelukkig collega en #12marathons-promotor Rolf langs de kant. Hij loopt met me mee tot we weer op asfalt komen. Nog maar een paar kilometer en ik ben er!

20190202-135042-0111Als ik in de verte de finish al zie liggen, begint mijn onderrug op te spelen. Hier was ik bij voorbaat bang voor. Vorige week heb ik, samen met mijn dochter Nynke, voor het eerst gesnowboard. In twee dagen ben ik wel honderd keer gevallen. Welke klacht had ik niet? Tand door de lip, wond op mijn kin, blauwe knieën, verrekt spiertje in mijn lies en vooral een volkomen beurse onderrug. Op de tweede dag hebben Nynke en ik zelfs met een handdoek op onze billen geboard, zoveel pijn deed het toen al. Terug in Nederland durfde ik niet te lopen, zoveel last had ik van mijn rug. Is het wel verantwoord op te lopen, vroeg ik me af? Bij de testloop op donderdag werd de pijn in ieder geval niet erger. Net fit genoeg om te lopen. Zo’n mooi doel als #12marathons is een beetje pijn lijden toch wel waard? “Tempo hoog houden,” praat ik mezelf moed in.

20190202-145046-0611Nu zie ik finishboog duidelijk. Nog een klein lusje langs het water en ik ben er. Vlak voor de finish ontwaar ik zelfs Simone en Eline. Simone heeft een mini-spanbordje gemaakt met ‘Hup Koeni, 12 marathons’ erop en heeft een dikke bos rozen in haar hand. Met twee handen in de lucht passer ik de finish. ‘3.47 uur’ geeft mijn horloge aan. “Veel te snel!” roept organisator Dick me nog toe.

Waar is John?
Als ik mijn jas weer aan heb, Eline een stuk appeltaart heeft gehad en ook Roelof me heeft gefeliciteerd, blijken we nog één iemand te missen: mijn vader. Niemand heeft hem de afgelopen twee uur gezien. Waar zou hij zijn? Als we ons een beetje zorgen beginnen te maken komt hij net aangefietst. “Iwk wheb de eerste wonde twee keeuw gefietst”, zegt 20190202-145228hij met bevroren gezicht. We zien aan zijn blauwe lippen dat hij het stervenskoud heeft. Snel het restaurant in en wat warms erin! Onder het genot van een Groningse mosterdsoep komt hij weer en vertelt dat hij de eerste ronde per ongeluk twee keer heeft gereden voordat hij de tweede ronde heeft gereden. Tussen Finsterwolde en Beerta begon hij wazig te zien, bij de natuurbegraafplaats kon hij niet meer stoppen met rillen. Blijk ik er niet eens het slechtste aan toe te zijn!

Conclusie: een pittige marathon in een beste tijd door een fraai wit decor waar niet ik maar mijn vader het meest moest blaauwbekken. Tot over zes weken in Limburg!

(P.S. De foto’s zijn van Nico Swart, een medeloper én enthousiast volger van #12marathons, en van trouwe fan en promotor Roelof)